Skip to content →

Tjiftjaf

Kenmerken De naam ontlenen de vogels aan hun zang, die klinkt als tjif-tjaf. De fitis en de tjiftjaf zijn tweelingsoorten en beide insecteneters met een dunne fijne snavel. Ze zijn zeer beweeglijk en vertonen onrustig gedrag. De tjiftjaf lijkt qua uiterlijk erg op de fitis, maar meestal hebben tjiftjaffen donkere poten, terwijl fitissen over het algemeen lichte poten hebben. Fitis en tjiftjaf zijn eenvoudig te onderscheiden door hun onderling verschillende zang. Het verenkleed is olijfgroen tot bruin en bestaat uit een vuilwitte tot geelwitte onderzijde en zwartbruine poten. De tjiftjaf is één van de eerste zangvogels in de Lage Landen die terugkomen uit hun winterverblijf en al in maart is de zang te horen: ‘tjiftjaf-tjiftjaf-tjiftjaf’. In het midden van de zomer is er geen zang te horen. In september begint de tweede zangperiode die doorloopt tot in oktober. Ter voorbereiding op de trek eten de vogels zich vol aan insecten in de struiken, waarbij met name de jonge tjiftjaffen zeer regelmatig een kort hoog contactroepje laten horen. Het voedsel bestaat uit insecten, rupsen, muggen, larven en eieren. De tjiftjaf komt in heel Europa voor, met uitzondering van Noord-Schotland, Zuid-Zweden en IJsland.  Het is een trekvogel. De vogels die in Midden- en Noord-Europa broeden, overwinteren in Zuid-Europa en de noordelijke helft van Afrika. De Noord-Aziatische vogels overwinteren in tropisch Azië.