Skip to content →

Waterral

Kenmerken De waterral wordt ongeveer 22 tot 28 cm lang. Het verenkleed bestaat uit een kastanjebruine bovenzijde met zwarte strepen en een blauwgrijze onderzijde met gestreepte flanken en een witte onderstaart. Verder heeft de vogel een lange, dunne snavel, rode ogen en rozebruine poten. Het voedsel bestaat uit insecten, spinnen, regenwormen, zoetwaterkreeftjes, plantenwortels, zaden, bessen, visjes en kikkers. Het legsel bestaat uit vijf tot twaalf vuilwitte tot licht geelbruine eieren met roodbruine vlekjes, die worden gelegd in een nest, gemaakt van riet. Waterrallen komen in bijna heel Europa het hele jaar voor. In delen van Polen, Rusland en Finland komt het dier echter alleen ‘s zomers voor. De vogel leeft verborgen aan oevers en dichtbegroeide rietmoerassen.